Klein, maar fijn.

“We wonen te groot!”

“Dat maak ik zelf wel uit!” 

En toch moet de gemiddelde woonoppervlakte per Nederlander ons aan het denken zetten. Nu de woningnood zo groot is, veel jongeren überhaupt geen plek voor zichzelf hebben. Veel ouderen best kleiner willen, maar dat simpelweg niet kunnen. Dat zou toch anders moeten kunnen? 

Onderstaand staatje van de NOS zegt veel: de behoefte aan kleine woningen is zeer groot, in het woningaanbod zijn (grote en dure) gezinswoningen echter dominant. Een enorme mismatch. De gemiddelde woonoppervlakte was reden voor Tess Broekmans, hoogleraar urban systems, de stelling te betrekken: we hoeven geen gezinswoningen meer te bouwen. Die staan er al [1]. De Denktank Toekomst van de Woningmarkt [2] kwam met eenzelfde oproep en met concrete voorstellen om woningdelen makkelijker te maken en het doorstromen naar kleinere woningen te bespoedigen.

NOS

De meeste mensen wonen goed. Maar we zitten klem. Jongeren en ouderen kunnen geen kant meer op. Zolang de koek niet groter wordt, neemt onderlinge concurrentie toe. Afgunst – zich steeds vaker uitend in zondebokken – zonder beleid om het aantal betaalbare woningen werkelijk te doen toenemen, leidt tot steeds precairder woonsituaties en nog meer haat en nijd. Dit terwijl er met een bouwambitie die veel beter bij portemonnee en huishoudgrootte past EN inzet op het beter verdelen van onze woningvoorraad, er een wereld te winnen valt. 

Klein maar fijn

Meer kansen voor starters en senioren? Dat vraagt om een aantal radicale keuzes:

  • Bouw betaalbare appartementen, geen (dure) gezinswoningen: voor de jeugd die zelfstandig in het eigen dorp of in de eigen stad willen kunnen wonen. Voor senioren die kleiner willen wonen, maar dat nu niet kunnen in de vertrouwde omgeving. En voor wie kleiner wonen nu vaak duurder wonen betekent. 
  • Verhoog de betaalbaarheidsnormen bij nieuwbouw. Er komen nog altijd simpelweg te veel dure en te weinig betaalbare woningen bij. Het aandeel sociale huur en gereguleerde middenhuurwoningen moet fors gaan toenemen, niet verder afnemen. Dure gezinswoningen staan er al en worden alleen maar duurder; sociale huur en middenhuur blijft ook in de toekomst betaalbaar (die huren zijn gereguleerd).
  • Er is geld nodig. Werk het grote financiële tekort bij woningcorporaties weg om te investeren in wat nodig is (VPB/ ATAD) en vergroot de investeringsmogelijkheden van overheden (rijk, provincies en gemeenten). Met een paar honderd miljoen per jaar extra, kunnen corporaties miljarden extra investeren in sociale en middenhuur.
  • Voer actief grondbeleid om locaties vrij te spelen en als overheid eisen te stellen aan de betaalbaarheid van de woningen; gebruik planbaten (opbrengsten door bestemmingswijzigingen) voor betaalbare woningbouw. [3]
  • Van een not in my backyard (NIMBY), naar Yes in my backyard: ontzorgen van buurten, wijken, gemeenten die willen bijdragen aan kleinere, betaalbare appartementen die perspectief bieden voor jong en oud.
  • Breek met de belemmeringen voor woningdelen en beloon doorstroming. Maak splitsen, hospitaverhuur, friendswonen gemakkelijker, zorg voor financiële prikkels om van groot naar klein te verhuizen. Denk aan een doorstroompremie.

Naar behoefte (betaalbaar en kleiner) bouwen, meer doorstroming en meer delen, kunnen ontzettend helpen bij het oplossen van de woningnood. Het voorkomt ook dat groepen tegenover elkaar komen te staan. Dat is nergens voor nodig. Waar een wil is, is voor iedereen een plek onder de zon.

1] https://www.tudelft.nl/stories/articles/de-woningopgave

2] https://www.ftm.nl/artikelen/de-machinerie-van-de-volkshuisvesting

3]