Een reflectie op het coalitieakkoord van D66, CDA en VVD.
Veel aandacht gaat in het coalitieakkoord van D66, CDA en VVD uit naar woningbouw. “Bouwen aan een beter Nederland” is zelfs de ondertitel. Maar gaat het leiden tot meer betaalbare woningen? Daar lijkt het niet op.
De dertig nieuwe woningbouwlocaties, steviger ruimtelijke ordening en het versnellen van procedures, gaat helpen. Maar het pakket aan maatregelen zal de betaalbare woningvoorraad niet vergroten. Er is veel meer nodig.
Wat niet helpt, het tekort aan betaalbare woningen te verminderen:
- beperken van de opkoopbescherming en versoepelen van de Wet betaalbare huur, zal de huren (vrije sector) weer fors laten oplopen
- subsidies inzetten voor het realiseren van koopwoningen in plaats van voor sociale huur en middenhuur, leidt tot duurdere nieuwbouw
- de doelstelling om (gereguleerde) middenhuur te bouwen lijkt te worden afgezwakt, geen goed nieuws voor middeninkomens
- de hypotheelrenteaftrek in stand houden ontneemt een mogelijkheid om in plaats van in de meest vermogenden (en duurste woningen), juist meer geld te steken in betaalbare woningbouw.
- extra investeringen in woningbouw komen er de eerste jaren niet, pas vanaf 2029 komen er extra middelen vrij. Dat is daarmee voor de woningen van ver na 2030.
- het versoepelen van verkoopmogelijkheden voor sociale huur, zal de sociale voorraad verder doen afnemen. Grote kans dat het saldo van nieuwbouw, sloop en verkoop dan negatief blijft. Terwijl alleen met netto groei van het aantal sociale huurwoningen de wachttijden verminderd worden.
- er komt extra geld voor woningcorporaties, maar het schrappen van de winstebelasting zou veel meer kunnen opleveren. Nodig om het grote tekort aan sociale huur in te lopen.
Wat wel bijdraagt:
- inzet op gedeelde woonvormen, splitsen en woningdelen. Daar zijn de meeste woningen mee vrij te spelen: voor starters, ouderen en aandachtsgroepen
- meer actief grondbeleid, daarmee is ook de betaalbaarheid af te dwingen
- als onderwijsinstellingen en werkgevers daadwerkelijk gaan bijdragen aan huizen voor internationale studenten en arbeidsmigranten, helpt dat de woningnood niet verder te laten oplopen.
- sneller komen tot fabriekswoningen en flexoplossingen (lukte de afgelopen jaren maar beperkt)
Wat wel?
De uitgestoken hand om samen te werken met oppositiepartijen en maatschappelijk middenveld, geeft ruimte voor aanpassing. Aedes en Woonbond zijn kritisch op de woonplannen, dat is begrijpelijk. Er zijn steviger normen voor betaalbaarheid nodig zodat er wel meer middenhuur en sociale huur komt dan nu het geval. Dan moeten maatregelen om de huurprijzen te reguleren en tegen het opkopen van woningen (om duur door te verhuren) niet worden versoepeld. Dan is simpelweg meer financiële armslag nodig – subsidies voor betaalbare woningbouw en ter versterking van de financiele positie van woningcorporaties – om die nieuwe betaalbare woningen te realiseren.
Als we willen dat het grote tekort aan betaalbare huizen wordt verminderd, moet het beter dan de afgelopen jaren. Zowel voor regulier woningzoekenden (starters, ouderen), als om het groeiend aandeel aandachtsgroepen (van arbeidsmigranten tot statushouders, van dak- en thuislozen tot mensen die met begeleiding wonen) een plek te kunnen bieden.
Aan de slag dus: met aangescherpte plannen en hogere ambities.






